donderdag 29 april 2010

28-04-2010
Het 4de bezoek. Casa Pombal in Coimbra.
Ik ontmoet Anja en Else. In een smal straatje dat je alleen per toeval kunt vinden, staat hun knusse pension. Coimbra is gebouwd op een berg dus je gaat er altijd omhoog of om laag. Bovenop de berg ligt de Universiteit, de oudste van Portugal. Van de 80.000 inwoners is een kwart student. Je ziet dus ook overal studenten, opvallend veel meisjes, zomers gekleed en op slippers van en naar de colleges slenteren. Het studentenleven is enorm traditioneel en hangt aan elkaar van geschreven en ongeschreven regels waarvan sommigen nog regelrecht uit de middeleeuwen stammen. Een student is hier alles en mag hier alles. Ze zijn de trots van de familie en vreselijk verwend. Maar studeren op zo’n plek heeft allure.
In Coimbra wordt de fado gezongen door mannen. Van oudsher zijn het mannelijke studenten (vrouwen mochten vroeger niet naar de universiteit) die serenades brachten aan de meisjes en dat doen ze nog steeds. Een onbeantwoorde liefdesverklaring levert een scheur op in hun zwarte mantel. Niet lang geleden heeft een student zijn hele mantel aan stukken gescheurd omdat het meisje zijn liefde niet beantwoordde.
Coimbra is een liefdesstad en bij dertig graden een uitermate geschikte plek voor een hopeloze romanticus.





25-04-2010
Coja
Een nietszeggend dorp aan de rand van de Serra de Estrela. Precies goed als pauze voor het volgende bezoek. Het is een feestdag, 36 jaar geleden was de Anjerrevolutie. Relatief zo kort geleden en ik verbeeld me dat ik me er iets van kan herinneren, maar dat is verbeelding. Als tienjarige wist ik niets van politiek, revolutie of Portugal. Ik wist sowieso niet veel van de wereld.
Op de camping ontmoet ik Carlos, hij vocht in het Portugese leger in de voormalige kolonies in Afrika. Hij vertelt de meest gruwelijke verhalen begeleid door continu gegrinnik, alsof hij het zelf ook niet gelooft. Het is vreemd om bij deze man te zitten die dingen heeft gezien die ik niet eens kan bedenken. Later heeft hij geprobeerd fortuin te maken in voormalig Rhodesie, waar zijn vrouw vandaan komt, maar daar is hij berooid van teruggekeerd. Nu beheert hij de gemeentecamping van Coja en ook daar grinnikt hij om.


zaterdag 24 april 2010

23-04-2010
De wandeling die ik hier maak gaat voor een deel over Romeinse paden. Ze zijn door de Romeinen aangelegd, nog steeds heel goed te herkennen en ze worden deels nog steeds gebruikt, geplaveid met granieten stenen, soms zie je zelfs nog de uitgesleten karrensporen, en aan weerszijden opgestapelde stenen muurtjes. Een droom van mij is ooit nog eens zo’n stenen muur te maken. Als je die wens uitspreekt bij kenners (Fir) word je de illusie dat je dat ooit zal lukken lichtelijk ontnomen.
In Aldeia das Dez en de omgeving staan behoorlijk wat huizen te koop. Soms niet meer dan een kale ruïne, maar ik fantaseer bij sommige toch hoe het zou kunnen worden. En zo’n prachtige muur staat er meestal al bij.


22-04-2010
Het 3de bezoek: Hotel Rural Quinta da Geia in Aldeia das Dez.
Ik ben bij Fir en Frenkel. Vanuit de kamer die ik hier heb kijk ik uit over de Serra da Estrela. Als ik ’s ochtends de luiken opendoe hangen de nevelwolken als donzen dekens tussen de bergen. De ochtendzon probeert ze te wekken, maar ze doezelen lekker voort. Misschien heeft Portugese nevel (neblina) minder haast.
Na het ontbijt laten Pedro en Tiago mij het dorp zien. Tiago, voorop, wijst de weg, Pedro achter mij aan, mocht ik de weg kwijt raken. Als ik een foto wil maken, blijven ze rustig wachten, ze kwispelen een keer en vervolgen de rondleiding. Ook zij hebben absoluut geen haast.


woensdag 21 april 2010

21-04-2010
Het dorp Melo slaapt heerlijk. De kersenbomen pronken met hun bloesem en de bankjes op het plein worden nog elke dag gebruikt. Een hondje komt mij gedag zeggen en zelf zittend op zo’n bankje hoor ik de heerlijke stilte. Maar plotseling klinkt uit aftandse luidsprekers op de kerktoren een apocalyptisch gebrul. De hond rent angstig jankend weg met zijn staart tussen zijn poten. Dit helse geluid komt van een cassettebandje en moet klokgelui voorstellen.
Daarna slaapt het dorp weer verder en wandel ik de lente in.




20-04-2010
Het 2de bezoek: Quinta das Cegonhas (Ooievaars) in Melo.
Ik ben bij Gerard en Rieke en hun zoontje Vasco. Op deze plek is vorig jaar het plan voor mijn huidige reis en het boek dat er uit voort zal komen, geboren. Erg leuk om hier weer terug te zijn.
De camper heeft een mank pootje. Na dagen van ontkenning ben ik toch maar naar de garage gegaan. Morgen krijgt ze een nieuwe homokineet koppeling. Ik ben blij, maar intussen ben ik afhankelijk van, jawel, de fiets. Ondanks mijn weerzin tegen fietsen in de bergen besluit ik het er op te wagen want ik wil het landschap in. Het doel: het dorp Linarhes op 16 kilometer afstand. Maar-half-luisteren is een slechte eigenschap van mij dus ik fiets verkeerd, beland op een zandpad dat almaar stijgt. Ik wil niet opgeven (waarom eigenlijk niet?) en na twee uur zie ik plotseling het dorp met de torens van het kasteel. Een euforisch gevoel overvalt mij. Ik heb vandaag leren fietsen! Na een half uurtje afdalen ben ik er en drie minuten voor sluitingstijd kan ik nog net even de poort in om rond te kijken.



zondag 18 april 2010

17-04-2010
Campo de Géres
Ik wandel veel en graag alleen. Maar vandaag ben ik de gelukkige man die met vier charmante en onderhoudende dames gaat wandelen. Ze zijn alle vier dol op Portugals mooiste natuurpark Peneda e Géres dus we lopen er zeven uur, er worden duizend foto’s gemaakt van de bergen, de dalen en van elkaar. De gesprekken gaan over leven, dood, wolven, ‘women things’ (in het Portugees), de weg kwijtraken en terugvinden (hier en in het leven).
Ik ben er maar het heeft ook iets onwerkelijks. In een land waar de stenen elkaar kussen en de vormen van dieren aannemen weet je soms niet precies wat echt of niet echt is.
‘Everyone has his own reality’, constateren we.
Ik leer weer veel over Portugal en luister nieuwsgierig naar de onverstaanbare taal. Wanneer ik een paar vlinders zie, lijken ze ook te vliegen in mijn buik. Een hopeloze romanticus met te veel berglucht in zijn kop? Ik wandel vrolijk verder in mijn eigen werkelijkheid.






dinsdag 13 april 2010

13-04-2010
Braga wordt ook wel het Rome van Portugal genoemd vanwege de enorme invloed van de Katholieke kerk. De reisgids vertelt dat het ook wel de stad van padres, putas e pandeleiros wordt genoemd. Ik vind het vooral een stad van veel kerken, eindeloze winkels (zowel in aantal als in formaat) en vrouwen in spijkerbroeken met gaten (als mode dus) en te grote zonnebrillen.
Vanaf vier uur verschijnen alle mensen op straat, gaan de vrouwen naar al die winkels en staan de mannen overal in groepjes te praten, elke dag weer. Op de terrasjes en in de pastelarias zitten jong en oud koffie te drinken en te praten. Elke dag weer. Waar zouden ze het toch over hebben? Ik ga het morgen aan mijn Portugese ‘date’ in Guimarães vragen.
Boven op de berg ligt Bom Jesus do Monte. Een heilige plaats waar ik de foto maak die al miljoenen keren gemaakt is. Zou dat het zijn wat de mensen bindt, dat we allemaal steeds hetzelfde doen?




zondag 11 april 2010

11-04-2010
Ik vertrek met luid vuurwerkgeknal waarmee de dorpsbewoners boze geesten verdrijven. In Vila Nune is het nu eenmaal één week later Pasen dan in de rest van de wereld omdat de pastoor niet eerder tijd heeft om de huizen te zegenen. Ik zoek met mijn camper de uitgang van het dorp en glimlach zo vriendelijk mogelijk naar de inwoners in de hoop dat ze mij niet als boze geest zien.
Boos ben ik wel als ik twee uur lang heel Braga doorkruist, omcirkeld en zelf via een tunnel doorboord heb en de camping nog niet gevonden heb.
‘Als je in Portugal komt, gooi dan de tomtom maar in de prullenbak’, klinkt ineens als een begrijpelijk advies.
Ik heb het centrum gezien, het stadion, een buitenwijk waar ik jonge mannen wel erg verlekkerd naar mijn buitenlandse nummerbord zag kijken en een rotonde waar geen eind aan leek te komen. Uiteindelijk bel ik de camping. De man spreekt uitsluitend Portugees.
‘São José de São Lázaro’, is het adres dat hij vijftien keer moet herhalen voordat ik het denk te hebben verstaan. Tomtom kent het (joepi!) en brengt me vervolgens... nergens.
O, u lieve mevrouw van de benzinepomp, de wanhoop op mijn gezicht beantwoordt u met zo’n typische Portugese schouderophaal: tja, zo is het nu eenmaal. Mijn ergernis verdwijnt direct als ze de routebeschrijving tekent, me die geeft zonder enige twijfel dat ik het nu zal vinden. Engeltjes bestaan.
10-04-2010
Ik zie vandaag een hop vliegen, een vogel die bij ons niet voorkomt. Zijn zandkleurige bovenlijf loopt uit in zwart-witte strepen en hij heeft een grote kuif. Een beetje carnavaleske vogel. Ik wil naar een restaurant waar je geitenvlees kunt eten, specialiteit van de streek, maar ik was niet de enige. Het zat er bomvol. Een terrasje opgezocht en het gedaan met een simpel kippetje. Senhora da Graca is een bedevaartsplek boven op een hoge berg. Je kunt er met de Senhora zo ongeveer heel Noord Portugal overzien. Dat is natuurlijk ietwat overdreven, maar dat mag wel op zo’n plek en de uitzichten zijn overweldigend. Alleen het kaarsjesbranden vind ik wat minder.
Een mooie dag.


9-04-2010
Het 1ste bezoek: Quinta dos Moinhos in Vila Nune
Op bezoek bij José, Erik en hun zonen Tom en Rik.
Deze boerderij die bestaat uit meerdere gebouwen was vroeger de molen waar de olijven geperst werden en olijfolie geproduceerd, er werd graan en maïs gemalen en (nog steeds) veel druivenstokken voor de vihno verde. Allemaal producten waar mijn interesse naar uitgaat. Het is dus bijna jammer dat de molen niet meer werkend is, maar er is wel nog een heel deel van te zien.
Hier zijn is ’s ochtends sinaasappelen van de boom plukken en persen, daarna een wandeling waar de geuren van de eucalyptusbomen de uitzichten extra geestverruimend maken. En ik begrijp dat ik de mooiste dingen nog moet zien.
O, ik vergeet bijna Max, het ietsepietsie te dikke hondje, dat soms even komt buurten.



dinsdag 6 april 2010

6-04-2010
Maria zoekt hartslagen. Ze doet dat voor een kunstproject in het Casa da Musica. Ze vraagt of ze ook mijn hartslag mag opnemen, die dan direct door de luidsprekers in het gebouw te horen zal zijn. Met haar microfoontje gaat ze op zoek in mijn hals en als het even duurt voordat ze de juiste plek gevonden heeft, is de grap of ik wel een hart heb snel gemaakt. Even later klinkt er luid boengzzz, boengzzz, boengzzz door de boxen.
Casa da Musica is een bijzonder gebouw voor muziekuitvoeringen dat, denk ik, wel de goedkeuring van vriend Paul (architect) had gekregen. Ik moet aan hem denken terwijl ik er doorheen loop zoals ik me tijdens mijn dagen in Porto regelmatig voorstel hoe hij van deze stad zou hebben genoten. De mooie grillige bouw van de stad aan de Douro met haar imposante bruggen, de prachtige kade, maar waar niet ver achter ook de sloppenwijkjes te vinden zijn. Op de Mercado do Bolhoa proberen de verkoopsters elkaars klanten weg te kapen. De lunch, koteletjes met rijst en vinho verde, smaakt voortreffelijk en kost nog minder dan de vorige keer. De zon schijnt. Ik zie mij even zitten met mijn goede vriend.
Mijn hart heb ik hier in ieder geval een beetje achtergelaten.