26-05-2010
Het 9de bezoek. Bij Lucia en Cuno, Monte da Serralheiro, Évora.
Vanuit de camper heb ik uitzicht op de wijnvelden en daarachter ligt Évora tussen te stadsmuren. Lucia is gids en ik wandel de route die ze mij heeft verteld. Van park, naar kerk, naar plein, naar uitzicht, naar terras. In het museum hangt een versie van ‘Het laatste avondmaal’ die te denken geeft. Wat doet die man daar half onder tafel?
Als ik de kapel, die geheel bekleed is met menselijke botten en schedels, uitkom, vraagt een Amerikaans meisje aan me of het de moeite waard is. Als je een hoop botten wilt zien wel, zeg ik. Giechelig griezelend besluit ze een kaartje te kopen. Ik had graag haar reactie willen zien.
Buiten de stad kun je met de auto de ‘oude stenen’ route volgen. Op een van de plekken staan wel meer dan honderd menhirs. Ze staan er al 7000 jaar en niemand weet waarom. Als de enkele toeristen weg zijn is het er stil, het late middaglicht maakt de sfeer heel bijzonder. Wie zouden hier toen hebben rondgelopen?
s’ Avonds eindigt de folklore dansvoorstelling met, jawel, meedansen. Voor ik de kans krijg er tussenuit te knijpen, wijst een van de danseressen mij aan. Geen schijn van kans en voor ik het weet sta ik stuntelig als een beer te huppelen. Wel met het mooiste meisje van de groep.
vrijdag 28 mei 2010
maandag 24 mei 2010
23-05-2010
Het 8ste bezoek. Bij Christine en Nuno, Verdemar in Casas Novas / Cerçal do Alentejo.
Iemand zei dat de kust van de Alentejo de mooiste is. Dat weet ik niet, maar het is er heel mooi en niet volgebouwd met toeristenpakhuizen. Het lijkt alsof de oceaan doorgolft in het eindeloos glooiende landschap met (jawel) echt wuivend graan, dronken makende hoeveelheden wijnstokken en kurkeiken die er een beetje bloot bijstaan zonder schors. Tureluurs van de bloemetjes die de rest van het landschap invullen, wandel ik en denk ik na over het boek. Ja ja, er wordt ook nog gewerkt tussen zonnehemel en bloemenaarde.
Christine zegt dat dit de mooiste plek van Portugal is. Dat weet ik ook niet. Maar soms zou je een landschap willen omhelzen, om nog meer te ruiken wat je ziet, nog meer te voelen wat je ruikt. En de verhalen gaan dat hier mensen door dronken, wuivende armen gegrepen zijn en nooit meer weg willen.
Het 8ste bezoek. Bij Christine en Nuno, Verdemar in Casas Novas / Cerçal do Alentejo.
Iemand zei dat de kust van de Alentejo de mooiste is. Dat weet ik niet, maar het is er heel mooi en niet volgebouwd met toeristenpakhuizen. Het lijkt alsof de oceaan doorgolft in het eindeloos glooiende landschap met (jawel) echt wuivend graan, dronken makende hoeveelheden wijnstokken en kurkeiken die er een beetje bloot bijstaan zonder schors. Tureluurs van de bloemetjes die de rest van het landschap invullen, wandel ik en denk ik na over het boek. Ja ja, er wordt ook nog gewerkt tussen zonnehemel en bloemenaarde.
Christine zegt dat dit de mooiste plek van Portugal is. Dat weet ik ook niet. Maar soms zou je een landschap willen omhelzen, om nog meer te ruiken wat je ziet, nog meer te voelen wat je ruikt. En de verhalen gaan dat hier mensen door dronken, wuivende armen gegrepen zijn en nooit meer weg willen.
donderdag 20 mei 2010
15-05-2010
‘Lissabon, mijn thuis’, schreef Pessoa. In ieder geval een fijne stad om je snel thuis te voelen. Met Caro, op bezoek uit Nederland, is dat nog iets gezelliger.
Eindelijk verdwijnt de kou van de laatste dagen. De zon verwarmt de straten en alle leven lijkt zich op straat af te spelen. Een heel goed huis.
‘Lissabon, mijn thuis’, schreef Pessoa. In ieder geval een fijne stad om je snel thuis te voelen. Met Caro, op bezoek uit Nederland, is dat nog iets gezelliger.
Eindelijk verdwijnt de kou van de laatste dagen. De zon verwarmt de straten en alle leven lijkt zich op straat af te spelen. Een heel goed huis.
zaterdag 15 mei 2010
13-05-2010
Het blijft koud waaien op de heuvel. In Caldas da Rainha schijnt de zon. In het weelderige park ligt het Museu de José Malhoa, een aantrekkelijk museum met realistisch en naturalistisch werk van regionale kunstenaars, vooral uit de 19de eeuw.
De ‘caldas’, de warmwaterbronnen die vroeger voor de koningin bedoeld waren, zijn nu een hospitaal. De heilzame bronnen worden nog volop gebruikt om mensen te behandelen. Je kunt die baden dan ook niet echt bezoeken omdat ze in gebruik zijn, behalve als je een Amerikaan bent en zonder pardon deuren opendoet en mensen stoort terwijl ze aan het baden zijn. Ik verdwijn weer snel.
Op de markt staan de locale boeren en boerinnen met aardappelen, appels, noten. Ik rij terug naar de heuvel waar inmiddels ook de zon schijnt. Bij het heerlijke wijntje vergeet ik nog even dat ik morgen weer verder ga.
Het blijft koud waaien op de heuvel. In Caldas da Rainha schijnt de zon. In het weelderige park ligt het Museu de José Malhoa, een aantrekkelijk museum met realistisch en naturalistisch werk van regionale kunstenaars, vooral uit de 19de eeuw.
De ‘caldas’, de warmwaterbronnen die vroeger voor de koningin bedoeld waren, zijn nu een hospitaal. De heilzame bronnen worden nog volop gebruikt om mensen te behandelen. Je kunt die baden dan ook niet echt bezoeken omdat ze in gebruik zijn, behalve als je een Amerikaan bent en zonder pardon deuren opendoet en mensen stoort terwijl ze aan het baden zijn. Ik verdwijn weer snel.
Op de markt staan de locale boeren en boerinnen met aardappelen, appels, noten. Ik rij terug naar de heuvel waar inmiddels ook de zon schijnt. Bij het heerlijke wijntje vergeet ik nog even dat ik morgen weer verder ga.
12-05-2010
Het 7de bezoek. Ineke en Ton, A Colina Atlântica in Barrantes / Salir de Matos.
Ik ben op de Atlantische heuvel, zoals zij hun plek noemen. Pas later denk ik aan het eiland Atlantis dat volgens Plato bestaan heeft en verdwenen is. Het moet een soort paradijs zijn geweest. Ondanks dat het weer niet helemaal meezit, werkt verder veel mee om je in een soort paradijs te wanen. De prachtige heuvels met boomgaarden golven weg en als je op een berg staat die hoog genoeg is, zie je de oceaan. Overal fruitbomen, bloemen bloeien en in de stilte kwaken ’s avonds de kikkers. Misschien is er morgen iets meer zon.
Het 7de bezoek. Ineke en Ton, A Colina Atlântica in Barrantes / Salir de Matos.
Ik ben op de Atlantische heuvel, zoals zij hun plek noemen. Pas later denk ik aan het eiland Atlantis dat volgens Plato bestaan heeft en verdwenen is. Het moet een soort paradijs zijn geweest. Ondanks dat het weer niet helemaal meezit, werkt verder veel mee om je in een soort paradijs te wanen. De prachtige heuvels met boomgaarden golven weg en als je op een berg staat die hoog genoeg is, zie je de oceaan. Overal fruitbomen, bloemen bloeien en in de stilte kwaken ’s avonds de kikkers. Misschien is er morgen iets meer zon.
woensdag 12 mei 2010
11-05-2010
Ik kom aan in Fatima. Morgen zal de Paus hier arriveren, maar dan ben ik al weer weg. De parkeerterreinen zijn campings en voortdurend arriveren er groepen pelgrims, allemaal met een geel hesje, verplicht omdat ze langs de weg lopen. In Fatima is een wonder gebeurd, voor mij is het een wonderlijke plek. Ik ben hier voor de tweede keer en was mijn eerste keer vooral vervreemding, nu worden mijn emoties alle kanten op geslingerd. Argwanend kijk ik naar te devote priesters, ik kijk met spijt naar een bloedmooie jonge non, lach om de man met een idioot groot Mariabeeld in zijn rugzak en krijg tranen in mijn ogen bij de vader die op zijn knieën voortschuifelt steunend op de schouders van zijn tweelingdochtertjes. Ik betrap me op het feit dat ik hier kom als nieuwsgierige toeschouwer, maar ik ga weg nadat ik menigmaal tranen heb moeten wegslikken. Ik begrijp het niet, maar ik heb ook geen oordeel meer.
Ik kom aan in Fatima. Morgen zal de Paus hier arriveren, maar dan ben ik al weer weg. De parkeerterreinen zijn campings en voortdurend arriveren er groepen pelgrims, allemaal met een geel hesje, verplicht omdat ze langs de weg lopen. In Fatima is een wonder gebeurd, voor mij is het een wonderlijke plek. Ik ben hier voor de tweede keer en was mijn eerste keer vooral vervreemding, nu worden mijn emoties alle kanten op geslingerd. Argwanend kijk ik naar te devote priesters, ik kijk met spijt naar een bloedmooie jonge non, lach om de man met een idioot groot Mariabeeld in zijn rugzak en krijg tranen in mijn ogen bij de vader die op zijn knieën voortschuifelt steunend op de schouders van zijn tweelingdochtertjes. Ik betrap me op het feit dat ik hier kom als nieuwsgierige toeschouwer, maar ik ga weg nadat ik menigmaal tranen heb moeten wegslikken. Ik begrijp het niet, maar ik heb ook geen oordeel meer.
09-05-2010
Het 6de bezoek. Gert en Teuni, Quinta de Cerejeira in Ferriera do Zézere.
Ingebed in de serra’s waar de Zézere breed en wonderschoon tussendoor stroomt. Ik rijd naar het dorp Dornes en word halverwege geremd door een groep bedevaartgangers. Ik stop de auto om ze niet te storen. Zingend wandelt de groep weg van mij. In het dorp zie ik ze terug samen met vele anderen, allemaal op weg naar Fatima. Een busje van het Rode Kruis behandelt blaren en vermoeiden.
De volgende dag wandel ik langs de weg en krijg dezelfde meelevende blikken als ik zelf richtte op die pelgrims. Ik wandel niet naar Fatima, maar naar de top van de berg om van het uitzicht te genieten. Mannen zijn aan het werk in het bos en staren mij na. Wandelen, dat doe je hier niet voor je lol. Het uitzicht is prachtig.
Het 6de bezoek. Gert en Teuni, Quinta de Cerejeira in Ferriera do Zézere.
Ingebed in de serra’s waar de Zézere breed en wonderschoon tussendoor stroomt. Ik rijd naar het dorp Dornes en word halverwege geremd door een groep bedevaartgangers. Ik stop de auto om ze niet te storen. Zingend wandelt de groep weg van mij. In het dorp zie ik ze terug samen met vele anderen, allemaal op weg naar Fatima. Een busje van het Rode Kruis behandelt blaren en vermoeiden.
De volgende dag wandel ik langs de weg en krijg dezelfde meelevende blikken als ik zelf richtte op die pelgrims. Ik wandel niet naar Fatima, maar naar de top van de berg om van het uitzicht te genieten. Mannen zijn aan het werk in het bos en staren mij na. Wandelen, dat doe je hier niet voor je lol. Het uitzicht is prachtig.
08-05-2010
Ik stuur een verjaardagsmailtje naar Alice, een van mijn o zo leuke Portugese contacten. Daarna ga ik naar Tomar waar het Convento do Christo een must is. Een klooster dat in oorsprong gebouwd is door de eerste koning van Portugal, Alfonso Henrique, en uitgroeide tot het grootste klooster van Europa. Na uren dwalen en verdwalen ontdek ik nog plekken die ik niet eerder gezien heb. Met honderd foto’s of meer daal ik weer af naar de stad. Onder de paraplu denk ik na over het mailtje. Zou ze er blij mee zijn?
Ik stuur een verjaardagsmailtje naar Alice, een van mijn o zo leuke Portugese contacten. Daarna ga ik naar Tomar waar het Convento do Christo een must is. Een klooster dat in oorsprong gebouwd is door de eerste koning van Portugal, Alfonso Henrique, en uitgroeide tot het grootste klooster van Europa. Na uren dwalen en verdwalen ontdek ik nog plekken die ik niet eerder gezien heb. Met honderd foto’s of meer daal ik weer af naar de stad. Onder de paraplu denk ik na over het mailtje. Zou ze er blij mee zijn?
vrijdag 7 mei 2010
07-05-2010
Zo’n dagje niets.
Waarop ik naar nergens loopt en weer terug. Mijn gedachten hebben hun eigen loop en soms kom ik ze tegen. Ik mijmer wat over licht, lucht en leven. De zee, de rotsen en de bloemen lijken onzeker over hun mooiste kleuren. In de verte ligt een stad, maar ik blijf zitten op het strand. Een vissersbootje vaart voorbij, daarna alleen de horizon.
Morgen gaan we weer leven.
Zo’n dag.
Zo’n dagje niets.
Waarop ik naar nergens loopt en weer terug. Mijn gedachten hebben hun eigen loop en soms kom ik ze tegen. Ik mijmer wat over licht, lucht en leven. De zee, de rotsen en de bloemen lijken onzeker over hun mooiste kleuren. In de verte ligt een stad, maar ik blijf zitten op het strand. Een vissersbootje vaart voorbij, daarna alleen de horizon.
Morgen gaan we weer leven.
Zo’n dag.
Abonneren op:
Reacties (Atom)


















































